Melati van Java (1853-1927): de eerste grote Indische romancière


 

Melati van Java werd geboren als Nicolina Maria Sloot, op 13 januari 1853 te Semarang. Zij was de eerste dochter van Carel Sloot en Louise van Haastert. Marie, zoals zij genoemd werd, zou later nog een broer genaamd Nico, en een zuster met naam Christina krijgen. 

Christina werd, vermoedelijk net als Marie, naar de kostschool van de zusters Ursulinen te Batavia gezonden. Hier leerde zij Jans Versteegh kennen, de latere kruidengeneeskundige mevrouw Kloppenburg-Versteegh. Het werd een vriendschap voor het leven. 

Voor de kostschooljaren begonnen, onderwees moeder Sloot haar kinderen. Marie bleek zeer intelligent: al heel vroeg kon zij lezen en schrijven. Schriftjes vol verhalen waren het gevolg. Later behaalde Marie de onderwijsacte van bekwaamheid als hulponderwijzeres in de Franse en Engelse taal.

In 1871 verhuisde het gezin Sloot naar Nederland, naar Den Haag. Daarna vond vader Sloot een betrekking als onderwijzer in Roermond. Hier begon Marie haar literaire loopbaan onder de pseudoniemen Mathilde, Melattie van Java en het subtielere Melati van Java. Omdat het destijds voor een katholiek jong meisje uitzonderlijk was te publiceren, koos zij voor een schuilnaam. Melati verwijst naar een wit, stervormig bloempje, een geurige jasmijn die op Java bloeit.

In de late jaren'70 ging Melati in Amsterdam wonen. Hier leidde ze met haar vriendin Lina Schefler en de inwonende dienstbode Cato een werkzaam bestaan. Melati ontwikkelde zich in de loop der jaren tot een uiterst succesvol auteur. 

Haar romans waren zeer populair; in 1921 was Hermelijn het vaakst uitgeleende bibliotheekboek. Eerder kwam er letterkundige erkenning: zij was een van de eerste vrouwen die het lidmaatschap van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde kreeg aangeboden (1893). De literaire kritiek evenwel reageerde niet altijd even gunstig; zo noemde Annie Salomons haar werk "voor een jong, ontvankelijk hart even erg als vergif".

Ook op andere terreinen was Melati in Amsterdam actief. Zo werden de rooms-katholieke kerk De Rozenkrans en het meisjestehuis Het Lydiahuis mede door haar inspanningen gesticht. Daarnaast was ze bestuurslid van de r.k. kunstenaarskring De Violier, medeoprichtster van de Katholieke Vrouwenvereniging, bestuurslid van de Internationale R.K. Vereniging Ter Bescherming van Jonge Meisjes. 

In Melati's vriendenkring bevonden zich onder anderen de schilder Jan Toorop en de letterkundige Alberdingk Thijm, namen die ook in haar liber amicorum terugkeren.

Aan het begin van de 20ste eeuw verdween geleidelijk de literaire waardering. Haar romans werden gedateerd gevonden. Melati van Java besloot tot een opmerkelijke actie. 

Onder het pseudoniem M.(ax) van Ravenstein publiceerde zij vervolgens vijf geruchtmakende romans. Niemand kende deze vreemde auteursnaam en het gonsde van de geruchten. In 1954 wist Anton van Duinkerken in De Tijd te onthullen wie achter deze naam schuil ging.

Melati van Java overleed in een hotel te Noordwijk aan Zee, op 13 juni 1927, voorzien van de H.H. Sacramenten der Stervenden. Zij werd 73 jaar en liet een oeuvre achter van tientallen boeken en een ontelbaar aantal artikelen.