Max van Ravestein/Melati van Java: Aan d'overkant
Amsterdam: L.J. Veen, 1916
(tweede druk, eerste dr.1911)


[154:]

XVII.

Den volgenden dag was Lucy haar vermoeidheid geheel te boven; zij ging met Agnes winkelen, maakte een paar visites, regelde financieele zaken als een kleine minister - zeide de bewonderende Gerard - voortaan laat ik jou al mijn zaken over. Jij schrijft de rekeningen uit, je houdt mijn boek, ik bemoei mij met niets meer.
- O wat zullen de menschen het dan betreuren, dat hun dokter niet ongetrouwd is gebleven, lachte zij - want ik zal er achter heen zitten, niemand overslaan en wie 't goed betalen kunnen, reken ik een dubbel tarief.
's Avonds reden de beide meisjes naar de sauterie; daar het heel intiem was, behoefde Pia niet als chaperon mee te gaan, zij was er dankbaar om, zij had zooveel te schrijven en nog te regelen, voor het diner van het feestseizoen. De tegenwoordigheid van Agnes benauwde haar - zij mocht het meisje niet, zij was zoo heel anders dan Mia, zoo vrij, zoo hard.
Lucy hoorde op dit avondje van niets dan van haar succès, de lof scheen eenstemmig, de critiek bleef achter de schermen, - soms vond zij het prettig, waar dan ook weer vervelend, - toen zij naar bed ging, smachtte zij er naar, dat alles uit was en zij stil in Nijmegen terug mocht zijn in haar kamertje, maar zij wilde niet denken, neen, nu niet, later!
Den volgenden morgen in de Galerij van het Paleis, waar zij nog iets te bestellen had voor het, diner van tante Pia, stond zij onverwacht voor tante Nancy, die zwaarder geworden, er nog opzichtiger uitzag, hoewel geheel in het zwart.
- Hé, juffrouw Kruidje-roer-me-niet! kwam zij drei

[155:]

gend met haar face à main van goud en schildpad bengelend aan dikken, gouden ketting - leeft u nog? Is dat manier van doen, zich te engageeren en bij haar bloedeigen tante, want dat ben ik toch veel meer dan Pia, - geen visite te maken?
- Ik wist niet, of u mij wilde ontvangen, antwoordde Lucy tamelijk schuchter.
- En waarom niet? Om die ouwe geschiedenis van Tom? Verbeeld je! Dat die jongen gek deed, en niet tegen een beetje flirtation kon, was jouw schuld niet...
- U heeft het mij toch bitter verweten, tante.
- Nou ja! Onder den indruk van het oogenblik, maar ik hoor achteraf, dat het allemaal zulke overspannen lui zijn die Hardy's, en dan 't is nog niet bewezen of hij expres het kraantje open liet staan. In elk geval is 't geen reden om oom en mij te negeeren. - Dat wij het nu geen ideaal huwelijk vonden van jou en Gerard doet er niets toe - in elk geval je wordt een deftige mevrouw, rijkdom, stand, daar komt het toch tegenwoordig meest op aan, de man nu ja...
Zij haalde haar schouders op.
- Wat bedoelt u tante?
- Wel van verliefdheid is natuurlijk geen sprake, maar dat hoeft ook niet... als hij maar zorgt, dat jij 't goed hebt en je vrij laat. Werkelijk zoo'n huwelijk is het prettigste, je hebt dan maar wat tact noodig - en savoIr-vivre - de rest komt van zelf, je begrijpt mij en vooral geen wiegjes...
Lucy kleurde.
- O tante, dat hebben wij zoo niet geleerd van 't huwelijk.
- ja, jouw stiefmoeder en tante Pia, die fossielen; maar jij bent van een heel ander maaksel. Ik hoor dat je zoo'n groot talent hebt als danseuse - 't moet prachtig zijn geweest, subliem. Iemand, die de eerste ballerina's heeft gezien, zei dat het uniek was. Zeg, als jullie mij een visite maakt, sans rancune, geef ik een groote partij ter jullie eere.
- En moet ik mijn kunst vertoonen?

[156:]

- Dat zal je toch heerlijk vinden er de gelegenheid toe te hebben. Ik beloof je een dankbaarder publiek dan die stijve roomschen.
- Een bezoek zullen wij u wel brengen, als 't u aangenaam is, maar voor het bal moeten wij bedanken. De volgende week is het Asch-Woensdag en daarna gaan wij niet meer uit.
- Quelle bêtise! Nu ja, na Paschen kan 't ook nog. Zie zoo, is alles nu vergeten? Grootma vond het ook niets aardig van jullie dat affront. Oom zei dadelijk: Dat komt van de religie, omdat ik Israëliet ben. Dr. van Berne is een vurIge antisemiet.
- 't Is zoo niet, ik dacht dat - .
- Dat ik boos was - neen, neen hoor! Ik ben 't geweest, maar boos zijn is goed, boos blijven dom...
En zij zeilde weg, om dadelijk terug te keeren.
- Hoor eens! Ik zal het je maar zeggen, misschien maakt het je tot een nog blijder bruid. Tom's intiemen gelooven zeker, dat het nonchalance was. Hij kwam laat thuis, een beetje aangeschoten, hij schijnt met een - een vriendinnetje te zijn uitgeweest en toen... nu ja... misschien is het voor jou minder flatteus, maar artisten vergeten gauw... ik geloof niet, dat jij iets met zijn dood te doen hebt. Ik had het je eer moeten zeggen of schrijven, maar wij. zagen mekaar niet meer en schrijyen is zoo zwart op wit, en jij bent er natuurlijk al lang over heen. Nu weet je het - Dagl
Lucy stond onbeweeglijk naar een winkel-étalage van schoenen te kijken; 't duurde lang voor zij zich bewegen kon, toen legde zij de hand op het hart, trachtte een paar keer adem te halen. Alles doezelde om haar heen, zij hield de koperen stang langs het winkelraam stevig vast, anders was zij misschien ineengezakt. Zij had een gevoel of Nancy's face à main een dikke stok was, waarmede zij haar tegen het hoofd had geslagen - na een oogenblik kwam zij weer tot zich zelf, deed eenige stappen en ging toen een melksalon binnen, waar zij kon gaan zitten. Werktuigelijk bestelde zij een kop chocolade, - zij beefde over al haar leden en kon nog maar niet

[157:]

duidelijk beseffen, wat zij gehoord had. Eerst toen zij een paar teugen van den warmen drank op had, kon zij geregelder denken.
Tom dood! buiten haar om! In plaats van poëtisch treuren, had hij haar vergeten met... met anderen... misschien was dat treuren op zijn manier geweest, dan was het nog erger of... flitste het door haar geest, Tom verdiende met dat zij zijn liefde au sérieux nam, zij was een amusement je voor hem geweest evenals die anderen - hij had het zich verbeeld verliefd op haar te zijn.
Nauwelijks in Amsterdam terug, had hij zijn oude liefhebberijen en gewoonten weer aangenomen. Foei, wat was de wereld toch slecht, en zij zelf zoo dom. Hoe had zij zich onnoozel betoond, te denken dat een jongen haar liefhad tot zelfmoord toe - bespottelijk! En zij had zoo om hem getreurd, zich voorgenomen te boeten, haar leven eigenlijk bedorven om dien losbol - dwaas! Dat zij zich nu volstrekt niet gelukkig of verlicht voelde, zooals zij stellig had verwacht het te zijn, als haar ziel van dien schuldenlast zich ontheven zou voelen - neen, zij was nog te veel in de war om zich rekenschap te geven van haar gevoelens maar wat zij ontwaarde, was niets dan groote hulpeloosheid, of zij een steun miste, of een doel, waarnaar zij streefde vervallen was; zij voelde zich zwak, of zij voortaan niet anders dan strompelend en wankelend vóórt kon gaan. Alles was veranderd, alles, maar hoe? Wat zou er nu gebeuren?
Zij liet haar chocolade staan, betaalde en ging verder haar keel scheen toegepropt, haar hart bonsde en sloeg als wilde het zich met geweld qan haar doen voelen...
Zij verliet de Galerij, buiten in de frissche winterlucht kon zij weer ademen, en toen bedaarde het wilde, onstuimige kloppen langzamerhand ook, zij liep eerst langzaam, toen wat vlugger... daar stak zich een hand tusschen haar arm - verschrikt keek zij om - Agnes.
- Wat loop je vreemd?
- Och, ja, ik denk dat de kou mij heeft bevangen.
- 't Is anders niets koud, zoo'n flinke bries - waar ben je geweest. .. ga je naar huis?

[158:]

- In de Galerij, een boodschap voor tante, kom mee?
- Ja, ik was bij - zij noemde een specialiteit op muzikaal gebied - en hij liet mij zingen, mooi materiaal, maar er moet een massa aan geplooid en geschaafd en gemorreld worden - vervelend! Ik hou niets van dat geknoei.
- Maar je moet toch studeeren, je stem dient geschoold..
- Nou ja, - maar als je zoo'n overweldi~end mooie stem hebt, als b.v. Patti of Melba, dan kijken de lui heel anders. 't Scholen bederft je talent gewoon, - 't valt mij bitter tegen.
- Je komt er zoo gemakkelijk niet.
- Als ik niet brille eren kan, als ik geen ster word van de eerste grootte, dan is 't mij de moeite niet waard te beginnen. Met goedkoope lauweren ben ik niet tevreden.
- En je wilt er niets voor geven?
- Neen, anderen moeten het doen. - Vertel er maar niets van aan oom of tante, ik zal de ouwe lui er ook niets van aan den neus hangen. Ik ben er eigenlijk opzettelijk voor naar Amsterdam gekomen. Dat fuiven van jullie kan mij niets schelen, dat snap je. Jongen, jongen! wat 'n drukte geven zij zich toch, in hun zoogenaamd mondain gedoe, 't blijft toch zoo echt in-burgerlijk. Zeg, is Bruno morgen ook geïnviteerd?
- Ik geloof het niet, hij komt nooit meer bij tante en oom.
- Daar heeft hij zijn reden voor.
- Weet je daar iets van?
- Natuurlijk - hij is verliefd op jou en hij is te eerlijk en te weinig modern, om daarvan misbruik of gebruik te maken.,
- Och kom? Je fantaisie is weer aan het werk.
- Dan had je hem moeten zien onder jouw dansen. Kind! wees toch wijzer, vergooi je leven met, wij leven maar éénmaal. Je zult je zoo diep ongelukkig voelen, als je tot bezinning komt en je bent getrouwd met zoo'n saai, oud heertje als onzen goeden oom, - dan is er niets aan te doen.
Tot bezinning komen, was zij het nu niet? Geheel en

[159:]

al, helder en klaar? Zij huiverde en Agnes voelde de trilling in haar arm overgaan.
- 't Ergste is dat hij je oom is geweest; en hij zal voor je altijd niets anders zijn dan oom - verbeeld je als jij vijf en dertig bent, dan is hij aan de zestig. Winter en lente, December en Mei - en je kunt zoo gelukkig zijn. Bruno is een beste jongen en zoo knap, en interessant zag hij er uit, jullie bent beiden jong.
- Och Agnes! Plaag mij zoo niet. Er is niets aan te doen. Ik heb mij uit vrijen wil met oom geëngageerd. Ik houd veel van hem.
- En van Bruno?
- Ik denk aan geen Bruno.
- Houd je nog altijd van dien dooien jongen, dien violist, maar wij kunnen toch niet met de dooden leven...
- Neen, dat is uit - geheel uit.
Agnes lachte honend.
- 't Moest eens niet uit zijn, iemand die al een jaar bijna dood is - welke weduwe zelfs kan daar tegen?
- 't Is alles gekheid. - Lucy trok haar arm terug - je begrijpt toch dat ik mij door zoo'n jongensliefde niet laat influenceeren als van Bruno wanneer er tenminste iets van waar is.
- Jongensliefde! En hij heeft zijn toekomst er aan op;geofferd. Om jou wordt hij geen dominé, om jou heeft hij ruzie met zijn ouders, wil hij zelfs roomsch worden.
- Je praat van dingen, waar je geen verstand van hebt. Nu klonk Lucy's stem werkelijk boos, inwendig dacht zij: Wat een akelig nest is die Agnes toch, zoo'n verschil met mijn lieve Mia.
Agnes had nog geen rust; thuis vroeg zij aan Pia waarom Bruno niet gevraagd was, en George wèl.
- Dat is heel iets anders, Bruno komt nooit meer hier, en George is de broer van Lucy.
- Bruno is mijn volle neef.
Pia antwoordde niets, maar zij vond Agnes' pretentie belachelijk - als men nog de neven van je nichtjes verzoeken moest - zij kreeg wat te veel van die neven en nichten - dit diner met kleine danspartij er na, was

[160:]

een afdoener, voortaan zou zij haar waardigheid van vrouw des huizes afleggen, ze aan een ander toevertrouwen - zij was er niets rouwig om, ~ verlangde naar rust en kalmte. - 't Liefst zou zij bij haar zuster Elisabeth in Nijmegen haar intrek nemen en stil voortleven tusschen lectuur, handwerken, kerk, maar 't mocht niet. - Werken zoolang het dag was, - zij had hier zooveel te doen.
Wanneer zij geen huisvrouwplichten meer te vervullen had, zou het veel kalmer zijn, - je bent niet op de wereld om je gemak te zoeken, - haar zuster Coba had het vrij wat zwaarder gehad en ook Sophie nam het rustige weduwschap niet aan, wijdde zich aan ongeneeslijke zieken als Dame du Calvaire.
Bovendien had Pia nu andere zorgen; tante Cecile's ongezouten waarheden hadden haar dieper in de ziel gegrepen dan vroeger ooit het geval was. - Van alle kanten stormde het op haar aan, dat het huwelijk van Gerard en Lucy een ontzettende vergissing, een zware misslag was, dat het vreeselijke gevolgen kon hebben.
Zij vond Lucy zoo vreemd dezer dagen, nu eens dol opgewonden, dan down, suffig bijna, - zij bad veel voor hen beiden, maar gebed bracht haar geen troost, geen verlichting. Hoe zou zij er zich in mengen? Toevallig gaf Gerard daartoe aanleiding, hij liet haar den brief van tante Cecile lezen.
- Hoe vind je ze, die ouwe tooverkol?
Langzaam vouwde Pia het papier, nadat zij het gelezen had weer ineen en sprak toen ernstig:
- 't Is geheel tante Cecile, maar als een ander het had gezegd Gé, zou je misschien er door zijn gaan nadenken.
- Nadenken? Wat bedoel je? Valt er iets na te denken, of heb ik misschien niet reeds genoeg nagedacht? Moet de brief van die zeurkous, die zemelaarster mij aan 't nadenken brengen en met wat voor resultaat?
- Dat - dat je afvraagt of je niet vóór de grootste domheid van je leven staat.
Hij zag haar woedend aan, beet zich op de lippen.
- Wat weet jij van die dingen, snauwde hij, en holde de kamer uit.

[161:]

Aan het diner begon Agnes weer over Bruno.
- Voor mijn part vraag hem! zeide Gerard, officieel zal wel niet noodig zijn.
Pia maakte geen opmerking en ook Lucy zeide niets, maar dien avond was zij onbezorgd vroolijk, bijna uitgelaten. Op Agnes' verzoek, begon zij te dansen, terwijl haar nichtje accompagneerde. Spoedig raakte zij weer onder betoovering en gaf zich geheel - maar plots bleef zij staan, streek met de hand over de oogen, drukte de andere op het hart en wankelde toen naar een stoel. 0: ~
- Wat scheelt je lieveling? vroeg Gerard bezorgd, terwijl hij naast haar ging zitten. Vermoei je toch zoo niet - je maakt je veel te druk.
Zij lachte weer.
Een beetje duizelig, anders niet!
Hij wilde haar kinderlijk tegen hem doen aanleunen, zooals zij anders gaarne deed, maar nu trok zij zich terug en ging naar de piano met Agnes over muziek praten. Zij voelde zich nog niets wel, maar overwon zich om zoo natuurlijk mogelijk te doen.
- Zij is niet goed, verzekerde Pia, zij moet rust nemen.
Gerard haalde de schouders op.
- Wel neen, meisjeskwaaltjes - vapeurs noemden zij dat vroeger - zij is kerngezond.
- Je moest haar laten onderzoeken.
~Weer trof haar een woedende blik en hij beet haar toe.
- Je wordt nu werkelijk een tweede tante Cecile, waarvoor je altijd aanleg hadt. Het diner liep uitstekend af, daarna gingen de gasten in de mooie ruime suite, die tot danszaal was ingericht.
Bruno was toch gekomen, na het diner echter - 't had hem zware strijd gekost - maar hij moet Lucy toch zeggen, hoe zij hem had doen genieten van haar kunst.
Toen Lucy hem zag, scheen alles rondom haar verheerlijkt - zij had dien heelen avond en dag zich maar telkens toegeroepen: "Ik wil niet nadenken - er is niets aan te doen - alles moet blijven zooals het is ..." maar toen zij Bruno zag, ontvlamde in haar plots een heftige

[162:]

begeerte naar geluk, naar liefde, naar bedwelming - naar vergeten. ..
Haar gelaat straalde toen hij haar begroette.
- Hoe lief van je te komen - zeide zij.
Wat was zij mooi, heel in 't wit met niets dan witte rozen in het haar en op de borst.
- Als een bruid, dacht hij, en toen op eens - een ijsbruid! Zoo wit en doodsch...
Maar juist begon alles te schitteren aan haar, een zonnebruid - vol goud en licht...
- De wals! Je kunt immers dansen...
Hij danste heel goed, hij schold zich een zwakkeling, maar kon niet weigeren.
- 't Laatst, 't laatst...
En alsof zij hem verstond, fluisterde zij hem toe:
- De laatste dans I Dinsdag is het carnaval en dan dan begint het leven voor mij, het ernstige, echte leven.
Hij drukte de lippen samen om niets te laten ontsnappen, van wat hem de ziel vervulde, hij nam haar in zijn armen en zij wervelden door de zalen, alles vergetend, wat rondom en in hen was.
- Wat danst hij mooi, voor een aanstaanden dominé!
- Dat de dokter het goed vindt.
Gerard staarde den verleidelijken dans aan met iets van weemoed of jaloezie in de oogen. Voor 't eerst van zijn leven verlangde hij ook te kunnen dansen, op de maat der muziek meegevoerd te worden in dolle warreling - hij zag haar in de armen van Bruno, hoe zijn hoofd voorover boog om bijna 't hare aan te raken, hoe zij alles schenen te vergeten - 't priemde hem door het hart - dat genot, die vreugde kon hij haar niet geven.
Hij voelde een woesten lust haar uit Bruno's omhelzing te rukken, op zijn armen te nemen, weg te dragen verre van daar, waar niemand hen kende, waar zij alleen zouden zijn, heel alleen.
Hij werd weggeroepen en terwijl hij in zijn coupé door de donkere straten reed, dacht hij er aan, hoe zij bij hem thuis vroolijk dansten en flirtten en hoe zijn meisje daar lag in de armen van den knappen, grooten Bruno, door

[163:]

hem omvat werd, met hem rondwarrelde en zwierde in vurigen dans.
Hij vervloekte zijn betrekking, zijn ouderdom, om dadelijk weer zich zelf voor dwaas en onredelijk te schelden, het kind was nog jong en levenslustig, hij kon haar alles geven, wat haar hart begeerde, hoe meer zij nu genoot, hoe rustiger zij later zou worden.
Die ellendige praatjes van oude juffers, Cecile en Pia, hij lachte er om - hoeveel huwelijken van oudere mannen en jonge vrouwen zijn niet door en door gelukkig.
Als 't andersom ware geweest, zou 't erger zijn. Neen! hij moest het zich uit het hoofd zetten, 't was zijn geluk, zijn toekomst, dat lieve, zoete meisje - maar toch! toch!
Als die passie hem niet had aangegrepen, hoeveel rustiger zou hij zijn geweest, 't kostte hem nu reeds moeite zijn gedachten bij de patiënten te houden, vroeger ging hij er in op - en dat sanatorium, hij moest zich geweld doen, er zich nog voor te interesseeren, maar als dat ellendige feestvieren voorbij was en hij en zijn Lucy waren ernstige getrouwde menschen geworden, zou alles veranderen, dan kon hij weer normaal denken en werken.
Intusschen stonden Bruno en Lucy een weinig afgezonderd uit te rusten.
- Lucy, smeekte hij, nog éen - een enkele keer.
Zij schudde het hoofd.
- Neen Bruno, 't agiteert en vermoeit mij te veel. Ik wil het kalm aanleggen. 't Is de laatste dans geweest, onthoud hem goed.
Hij reide niets, maar wendde het hoofd om; zijn lippen, zijn oogen, alles beefde aan hem. '
- Jephta's dochter, fluisterde zij nog en zag hem aan met een blik, die hem door de ziel sneed.
- En nu, ging zij weer vroolijk voort, moet ik tante helpen, ik ben voorloopig dochter des huizes, in afwachting van vrouw en meesteres - wat zal ik gewichtig doen - zóó! en zij zette zich deftig in postuur.
Dien avond naderden zij elkaar niet weer.


inhoud | vorige pagina | volgende pagina